Enquête: Statenleden staan open voor kerntakendiscussie
Het middenbestuur staat onder druk. Het vooruitzicht van een korting op het provinciefonds dwingt de provincies kritisch naar de eigen taken en het huishoudboekje te kijken. Daarnaast lijken ideeën over hervormingen van het openbaar bestuur, met de provincie als "slachtvee", steeds meer voet aan de grond te krijgen. De commissie Kalde heeft hiervoor verschillende scenario's geschetst en de VNG kwam onlangs met het voorstel om gemeenten op te schalen en de provincies op te heffen. Deze geluiden resoneren in de landelijke verkiezingsprogramma's. Hoe kijken statenleden zelf naar de discussie over de hervorming van het middenbestuur?
Een enquête door Jacques Necker - Provincialestaten.nl. toont aan dat de statenleden een discussie over de toekomst van hun bestuurslaag niet uit de weg gaan, als is het voortbestaan van een autonome provincie voor 84% van hen een randvoorwaarde. Een kwart van de ondervraagde statenleden staat overigens positief tegenover het terugbrengen van het aantal provincies ten gunste van het opschalen van gemeenten.
Focus op taken
Echter, hervorming van het bestuur wil niet zeggen dat de statenleden zonder meer taken willen afstoten. Integendeel, het overnemen van taken van het rijk wordt door 62% van de statenleden gesteund, het opschalen met taken van het waterschap steunt 65%. Belangrijk hierbij is dat de statenleden geen "opgeblazen bestuur" willen. Het gaat om specifieke taken, die volgens de ondervraagden passen bij de provinciale rol van aanjager van regionale ontwikkelingen (84%) en gebiedsregisseur (84%). In het licht van de bezuinigingsdiscussie wordt door verschillende Statenleden gesteld dat de vorm van het middenbestuur moet volgen op (het effectief uitvoeren van) taken.
Kerntaken
Een kerntakendiscussie is hierbij volgens 82% van de statenleden noodzakelijk. Als vervolgens naar deze taken gevraagd wordt blijkt dat de respondenten ruimtelijke ontwikkeling (99%), regionale bereikbaarheid en regionaal openbaar vervoer (95%), bescherming natuur en landschap (84%) en regionale economie (80%) als kerntaken zien, waarbij de taken op het gebied van cultuur, jeugdzorg, welzijn en voorzieningen in kernen - de ‘zachte' kant van het provinciebeleid - wordt door een minderheid als kerntaak aangewezen. Dit komt nauw overeen met het profiel dat het Interprovinciaal Overleg (IPO) heeft opgesteld: een sterk middenbestuur met een stevig ruimtelijk-economisch profiel (zie uitgave IPO, Provincies: een eigentijds profiel).
Bezuinigingen
Bezuinigingen als gevolg van korting op het provinciefonds mogen van de statenleden dan ook niet ten koste gaan van deze kerntaken. Aan ruimtelijke ontwikkeling en inrichting (78%), economische ontwikkeling (58%) en infrastructurele projecten (56%) mag niet worden getornd. Ook realisatie van de Ecologische Hoofdstructuur scoort met 50% hoog. De sociaal-culturele beleidsvelden daarentegen komen volgens de statenleden als eerste voor bezuinigingen in aanmerking.
Differentiatie
Tegelijkertijd blijkt dat de statenleden rekening willen houden met de verschillen tussen de provincies, met name de verhouding tussen stedelijk en ruraal gebied. Differentiatie en maatwerk zijn terugkerende begrippen in de reacties van de respondenten. Hierbij waarschuwt een aantal respondenten ervoor dat de kerntaken- en bezuinigingsdiscussie niet teveel door elkaar moeten gaan lopen. Zoals een van hen verwoordt: "Volgorde en tijdigheid van de discussie is mede bepalend voor een succesvolle en breed gedragen uitkomst ervan".
Meer informatie
Heeft u vragen, neem contact op met Fleur van der Schalk (fleur@necker.nl of 06 49014779)